De Geest in het Lichaam (2)
Je had gelijk toen je zei dat onze huidige relaties ongetwijfeld zijn zoals ze zijn op grond van wat er is geweest, maar ik zou niet willen dat je naar mij opkijkt als een geestelijk leraar. Denk aan mij met zoveel genegenheid als je wilt, maar plaats mij niet op enig voetstuk. Laat mij een gids zijn, die uitermate blij zal zijn om je te helpen met eventuele routekaarten om je de weg te wijzen. In werkelijkheid zijn de Meesters Degenen tot wie wij in meditatie onze gedachten zouden moeten wenden. Zij zijn de ‘brug’, zoals W.Q.Judge zegt in één van de
“Brieven”.
Ik bedoel met dit alles niet, dat ik het idee heb dat je me op een plaats zet die voor niemand anders dan voor de gezegende Meesters zou moeten zijn, maar ik zeg deze dingen, zodat je zult inzien dat het niet de beste houding is om op welk levend persoon dan ook te leunen en dan bedoel ik in die mate dat je hem idealiseert; want als zo iemand voor een tijd in een schijnbare duisternis zou worden meegesleurd, zou het effect daarvan niet goed zijn en zou misschien ontmoedigend kunnen werken.

Ik ben blij te weten, dat je zo vol bent van het idee om voor de mensheid te werken Zij, die werkelijk ‘aangeraakt’ zijn door het innerlijk vuur, zijn meestal zo en dat is een goed teken. Het verlangen er te zijn en te handelen komt sterk naar voren en maakt het pad vrij om zich wezenlijk en voortdurend volgens de jaargetijden van groei en verval te ontplooien, noodzakelijke processen van vooruitgang en stabilisering, zoals wij die tegenkomen in de natuur. Andere varianten van een groeiproces in de natuur zien we bij twee typen bomen. Eén ervan laat al zijn bladeren vallen en blijft een groot deel van zijn cyclus uitdrukkingsloos. De ander vernieuwt zichzelf langzaam en gestaag in elk onderdeel. Hij stopt nooit met zichzelf uit te drukken en houdt vaak als getuige, naast het nieuwe blad, de bloem en de vrucht, het oude blad vast. Beide zijn natuurlijke processen.
Als we spreken over hen die langs het pad zijn neergevallen, is het zeker waar, dat ‘hoe groter de hoogte, des te meer inspanning nodig is om het evenwicht te bewaren’. Maar dat geldt in het bijzonder voor het verstandelijke en minder voor het geestelijke omhoogstreven. Het geldt ook daar waar het motief is gekleurd met een verlangen naar eigen vooruitgang, zonder dat er aandacht is voor de hoogste plicht ten aanzien van onze medemens. Heel vaak is het ogenschijnlijke motief niet het echte en daarmee misleiden wij onszelf maar al te vaak. Ook ambitie steekt de kop op en het verlangen naar goedkeuring van onze medestudenten kan onze blik vertroebelen in onze poging om die goedkeuring te behouden. Er zijn vele verleidingen, waarvan sommige vermomd zijn als engelen van het licht. Onze beste bescherming is een onzelfzuchtig verlangen om anderen belangeloos te helpen zonder ons bezorgd te maken over onze eigen vooruitgang, terwijl we er steeds naar streven onszelf beter in staat te stellen anderen te helpen en te onderwijzen.

In de Wijsheids-religie wordt over twee leringen gesproken, de leer van het Oog (of Hoofd) en de leer van het Hart. De leer van het Oog is verstandelijk; de leer van het Hart is spiritueel, waar kennis spontaan van binnenuit ontspringt. Het is deze laatste waarnaar je hunkert en waarvan ik je kan verzekeren dat Theosofie je daar naartoe leidt. Het is niet nodig om te zoeken, te twijfelen of te verdwalen, want de wegwijzers in de filosofie van de Theosofie die velen naar hun doel hebben geleid, zijn in jouw handen. En laat me je hier zeggen: Wees niet te ongerust. Wacht geduldig op de tijd dat door je eigen innerlijke vragen de deuren zullen opengaan, want de Verheven Wezens, waarvan ik weet dat Zij bestaan, zien het zuivere hart van elke ernstige leerling en staan klaar om een draai te geven aan de sleutel van kennis, wanneer in de vooruitgang van de leerling de tijd rijp is.
Niemand die zich inspant om het pad te volgen, blijft zonder hulp. De Verheven Wezens zien zijn ‘licht’ en aan hem wordt gegeven, wat voor zijn verdere ontwikkeling nodig is. Dat licht is geen louter dichterlijk verzinsel, maar is echt en de aard ervan geeft iemands spirituele gesteldheid aan; er zijn geen sluiers op dat niveau van schouwen. De hulp moet van dien aard zijn dat er volkomen vrijheid blijft van denken en handelen, want anders zouden de lessen niet worden geleerd. Er zullen fouten worden gemaakt, misschien wel vele, maar zoals wordt gezegd: “Twintig mislukkingen zijn niet onherstelbaar, als ze maar worden gevolgd door even zovele onverschrokken inspanningen ten goede". Meestal zal de hulp op een gewone, alledaagse manier komen en van deze of gene van de medestudenten met wie je mogelijk in andere levens was verbonden, en die door je ziel zal worden herkend.
De Grote Witte Loge bestaat voor de dienstbaarheid aan de mensheid. Zij hebben werkers in de wereld nodig en verwelkomen hen. Is het dan raar, dat het licht van zielen, aangetrokken tot het pad van zelfloosheid, door Hen wordt erkend en wanneer dat verdiend en nodig is bijstand ontvangen, als Karma dat toestaat? De Meesters zelf hebben geschreven: "Ondankbaarheid is niet één van onze ondeugden”. En hoewel wij geen aanspraak kunnen maken op dankbaarheid van Hen, mogen wij wel zeker zijn dat er absoluut mededogen is, en daarbij het begrip voor het karakter en de behoeften van elke aspirant. Er kan een moment komen, en dat gebeurt ook vaak, dat je het gevoel krijgt, zoals je zegt, dat je “geen grond meer hebt om op te staan, niets meer hebt om aan vast te houden en op het punt staat om om te vallen”. Dan is het centrum van bewustzijn verschoven en oude bakens zinken weg, en soms ontstaat er uitzichtloze vertwijfeling; maar angst en twijfel behoren alleen tot het persoonlijk bewustzijn. De werkelijke Waarnemer, het Hoger Ego, kent geen van beide. De Gita zegt: “Schuif alle twijfel terzijde en blijf strijden”.
Misschien kun je je herinneren wat Judge schrijft in één van zijn ‘Brieven’, waarin hij eenzelfde situatie vergelijkt met iemand op een onbekende weg, die plots wordt omringd door mist. De weg is niet te onderscheiden; uit elke richting kan gevaar komen; het beste om te doen is stil te staan en te wachten, want het is alleen maar mist en mist trekt altijd op. Denk nooit één moment dat je niet voortgaat op je ‘reis’. We mogen ons gelukkig prijzen, als we ons steeds in het diepst van ons hart bewust zijn van de nabijheid van de Meesters. Het is het gevolg van hun ware aard dat Zij naast elke werkelijke aspirant staan.
Mag ik je nog wat zeggen als vriend en broeder: “ Maak eerst de mentale denkbeelden en waarnemingen duidelijk en helder. De rest zal vanzelf volgen; er zal geen vernietiging zijn en het ongewenste zal een natuurlijke dood sterven.
“Groei als de bloemen”, van binnenuit naar buiten..
Zoals steeds, uw R. C.
Uit: “The Friendly Philosopher”, door Robert Crosby.
The Spirit in the Body, Brief twee, blz 6 t/m 8..
